Ze zeggen...

Ze zeggen, dat je niet meer dan vier keer per week iets op je Facebookpagina mag zetten of in een blog, omdat je mensen anders overvoert.

Ze zeggen, dat je minstens één keer per week iets op je Facebookpagina moet posten of een blog moet schrijven, omdat je anders de aandacht en interesse van je lezers verliest.

Nou, dan ben ik de laatste 1,5 maand erg goed bezig geweest, maar niet heus. Kennelijk ben ik tijdens en na mijn vakantie van 17 september tot 3 oktober zo ontspannen geraakt dat de inspiratie om te schrijven er ook bij is gaan liggen of zo.

De druk van de maatschappij om “iets” of “iemand” te zijn, om uit je eigen voegen te barsten van de meningen en bevlogenheden om vooral naar het geluk te zoeken en, o ja, vooral ook je “purpose in life”, je missie, te vinden, is enorm. Om het maar niet te hebben over de druk van dat je pas meetelt als je druk druk druk bent, snel snel snel de dingen doet en veel veel veel wilt consumeren…

Goddank ben ik op een vreemde manier altijd ietwat op een afstand gebleven van die dingen (ook al heb ik ze zeker wel in mijn systeem gevoeld en heb ik me genoeg afgevraagd of ík nou de rare was, de buitenstaander, dat dat bij mij zo anders leek, en dan ging ik me er nog schuldig en eenzaam over voelen ook). Goddank ben ik tot de conclusie gekomen dat het er niet om gaat een bepaald aantal blogs te schrijven om aan door anderen opgelegde regels te voldoen, maar dat het het belangrijkste is dat ik authentiek (weer zo’n modewoord) mezelf ben, en dat ik écht wat te vertellen heb als ik schrijf. Ik wil niet schrijven omdat ik moet schrijven, ik wil schrijven omdat er iets begint te borrelen van binnen dat om expressie vraagt (zoals nu met dit stuk), of omdat er een bliksemschicht van inspiratie bij mij binnenkomt die mij dwingt om te schrijven (zoals vaak bij mijn gedichten); en in tegenstelling tot wat dat woord “dwingen” aan associaties oproept, is het één van de mooiste ervaringen die ik ken, als ik me kan laten meenemen in de stroom van die bliksem (om maar bij die beeldspraak te blijven).

En dan word je ook geacht overal een mening over te hebben en die met verve te kunnen verdedigen; ook daar ben ik nooit goed in geweest, al was het alleen al omdat ik mezelf niet staande kon houden in discussies en altijd het onderspit delfde. Ik ben bovendien in mijn leven dusdanig vaak van “mening” veranderd dat ik de waarde van een mening maar zeer beperkt vind. En ik voel sowieso niet de behoefte om wie dan ook van mijn “gelijk” te overtuigen; je moet het bij mij al héél bont maken willen bij mij de haren overeind gaan staan. Ja, ik kan best meningen hebben over dingen die te maken hebben met praktische zaken in mijn dagelijkse leven, met dingen die dichtbij zijn en waar ik invloed op kan uitoefenen, maar hoe verder weg hoe minder ik de behoefte voel om te “strijden” voor mijn mening. Ik ben sowieso veel meer een gevoelsmens dan een mens van meningen.

Wat betreft dat geluk zoeken en de “eis” van altijd gelukkig te moeten zijn en dat je het geluk kan aantrekken in je leven en zo: ja, in zekere zin is dat voor mij waar, het leven met een positieve instelling roept vaak ook positieve reactie van “het leven” op. Maar wat ben ik blij dat het af en toe ook behoorlijk donker en duister wordt, want het is door het duister dat ik met name leer en groei, het is door de afwisseling van licht en schaduw dat mijn leven die boeiende smaak krijgt die ik zo lekker vind en waar ik zo dankbaar voor ben. En wat ben ik blij dat ik niet altijd blij en gelukkig hoef te zijn! Dat ik het soms ook gewoon allemaal mag laten hangen en zeggen: laat de boel de boel maar even, het is wel goed; dat ik me soms ook gewoon mag overgeven aan die vlagen van melancholie, van weemoed en nostalgie over alles wat in het leven is heengegaan. Dat is een vreemd genot. Ik moet er niet aan denken dat ik van mezelf constant op het topje van geluk zou moeten zitten! Wat een zaligheid om af en toe ook gewoon eens te mogen ontspannen in somberheid en me-even-niet-zo-lekker-voelen, zoals Hans Dorrestijn zo magistraal kan. Heeft u ook zo genoten van die serie “Alleen op een eiland” met hem in de hoofdrol, die van de zomer op TV was? Ik vond het een verademing. Of net als de boeken van die Vlaamse psychiater Dirk De wachter, met zijn termen als leukigheid en lastigheid, die, veel liever dan over geluk, praat over zinvolheid, over betekenisvol-zijn. Dat je doet waar je blij van wordt, waar je betekenis en zin aan kunt verbinden, waar je van binnen een stuk bevlogenheid en daardoor overvloed bij voelt dat niets liever wíl dan gedeeld te worden met de wereld! Dát is voor mij “purpose”, dát geeft voor mij het gevoel dat als ik doodga ik het gevoel kan hebben van vervulling en van: ik heb een goed en zinvol leven gehad.

O ja, en om het nog even over dat druk, snel en veel te hebben: wat ben ik dankbaar dat ik van jongs af aan een lichamelijke beperking heb waardoor ik door mijn lichaam gedwongen ben het niet snel te doen, niet te druk te zijn omdat ik anders in te veel spasme terecht zou komen (druk en stress maakt mij ten enenmale nog spastischer dan ik al ben), en niet te veel indrukken op me af te laten komen, omdat mijn mind dat gewoon niet aankan. Ik ben dus in de gelukkige omstandigheid geweest dat ik niet kón meedoen met de ratrace die de wereld van de laatste honderd jaar in toenemende mate eigen is. Natuurlijk heb ik me er bij tijden ook slecht over gevoeld, omdat ik zoals ieder ander wou zijn en ook gewoon wou meedoen met iedereen; ik wou zijn zoals iedereen en niet iemand die op straat aangestaard werd of waar mensen hun hoofd voor omdraaiden. God, wat heb ik soms gebeden om alsjeblieft ook eens een keer als een anonimiteit te mogen opgaan in de menigte! Maar door mijn manier van lopen en mijn spastische linkerarm viel ik altijd op, was er geen ontkomen aan: ik werd bekeken. En tegelijk haalde ik uit zelfbescherming mijn schouders ervoor op en ging ik gewoon verder. Pas later heb ik begrepen dat het er niet om ging dat ik door al die mensen bekeken werd, maar dat het belangrijkste was: door de mensen die me dierbaar zijn gezien te worden om wie ik ben, met alles erop en eraan. En pas toen ik dát helemaal doorhad, was ik er klaar voor om naar buiten te treden met hetgeen ik al vanaf mijn vijftiende deed: schrijven, en mijn gedichten in het bijzonder. Van daaruit kan ik dus, na 58 jaren van dit leven, zeggen dat ik enorm dankbaar ben voor mijn beperking, met álle strijd en worsteling die dat ook gebracht heeft, omdat ik zónder mijn handicap niet geweest zou zijn wie ik nu ben. Dan zou ik niet in de diepte gestruikeld zijn en zou ik niet in de hoogten gevlogen zijn zoals ik nu gedaan heb. En nog. Want enkel voor de mens die de donkerste diepten van zijn eigen psyche kent kan er zo’n verwondering en dankbaarheid zijn voor de schoonheid en het licht die hij óók mag zien! Het enige wat gevraagd wordt, is dat hij open is om het leven in al zijn aspecten te ontvangen. En dan ziet hij, dat donker en licht, yin en yang, onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, dat het één niet zonder het ander kán in deze tweeledige realiteit waarin wij leven op deze aardkloot. En pas toen ik dát in zijn totaliteit zag, kon ik gaan voelen wat voor rol ik in het grotere geheel van het leven te spelen heb, durfde ik ten volle te ervaren waar ik blij van word en wat van binnen naar buiten wil stromen, omdat het gewoon in overvloed aanwezig is.

En dan maakt wat “ze zeggen” ineens niet zo heel veel meer uit.


Twitter Facebook LinkedIn Volgen


Ze zeggen...

Nieuwe inspiratie!

Beste wensen!

Ze zeggen...

Durf te vragen

Rollercoaster